Jubel de dubbel!

Vandaag ben ik tot niet veel meer in staat dan een jubel-blog. De afgelopen twee weken heb ik mijn aantal opdrachtgevers namelijk *tromgeroffel* weten te verdubbelen! Ik schreef al met veel plezier voor KIJK en Know How, en aan dat lijstje heb ik nu twee hele mooie opdrachtgevers kunnen toevoegen. Vandaar het gejubel.

De opdrachtgevers in kwestie zijn Cicero en Gezondgids. Cicero is het nieuwsmagazine van het LUMC, Gezondgids is het gezondheid-en-voeding tijdschrift van de Consumentenbond. Beide bladen stonden al lang – en hoog! – op mijn lijstje van potentiële opdrachtgevers, en dat is nu dus gelukt. Althans, ik mag een eerste opdracht voor ze schrijven.

De komende weken worden daarom erg spannend. Het cliché is immers waar: “Je maakt maar één keer een eerste indruk.” Zo schrijf je voor een tijdschrift ook maar één keer een eerste artikel. De aankomende tijd ga ik dan ook mijn uiterste best doen die eerste indruk van dat eerste artikel zo goed mogelijk te maken. Wish me luck…

Posted in Freelance-perikelen | 2 Comments

Gistermiddag, de coffee company

Gistermiddag, de coffee company

Het is bijna helemaal vol als ik even na tweeën een kopje thee heb besteld en een plekje ga zoeken. Het liefst zit ik aan een tafeltje bij het raam, dan kan ik alles overzien. Helaas, die zijn allemaal bezet door laptop-gebruikers die er niet uitzien alsof ze van plan zijn binnenkort te vertrekken. Ook alle banken en fauteuils zijn bezet. Dat is misschien maar beter ook: ik heb de kunst van het schrijven-zonder-ondersteuning nooit helemaal goed onder de knie gekregen. Dan maar een plekje aan de lange tafel, op de hoek.

Nadat ik ga zitten komen er twee oudere vrouwen tegenover me zitten. Ik slaag erin het grootste deel van hun gesprek te negeren, maar af en toe wil dat gewoonweg niet lukken. Als een van de vrouwen begint over haar huis in Saint-Tropez bijvoorbeeld. Ik weet niet waarom ik juist dat stukje hoor, maar ik hoor het. De vrouw is al een jaar niet in haar huis in Saint-Tropez geweest, vertelt ze de andere vrouw. Die knikt instemmend: zonde.

Op één van de banken zit een stelletje. Allebei hebben ze meer aandacht voor hun smartphone, dan voor elkaar. Aan de tafel is inmiddels ook een zwangere vrouw met een klein meisje komen zitten. Het meisje is een servet aan het inkleuren, tot haar krijtje tussen de planken van de steigerhouten tafel verdwijnt. Er wordt zelfs een scherp en ietwat verontrustend broodmes bij gehaald, maar het krijtje lijkt voorgoed verloren. Ondertussen is de Volkskrant al vijf, misschien wel zes keer van eigenaar gewisseld.

Dan hoor ik in mijn oorhoek de oudere dames weer wat zeggen. Mijn hersenen spitsen mijn oren, zonder dat ik daar zelf ook maar iets over te zeggen lijk te hebben. De andere vrouw vraagt: “Zal ik een kopje koffie gaan halen?” “Nou…” zegt de Saint-Tropez mevrouw, “Ik wilde eigenlijk voorstellen naar La Place te gaan. Daar heb ik kortingsbonnen voor.”

Een grote glimlach breidt zich langzaam uit over mijn gezicht.

Posted in Freelance-perikelen | Leave a comment

It onderzoek giet oan!

Het komt ongetwijfeld door het winterse weer, maar toen ik van de week een witte wandeling maakte bedacht ik me ineens dat de berichtgeving rondom wetenschap en vrieskou meer gemeen hebben dan je in eerste instantie misschien zou denken.

In beide werelden geldt dat één zwaluw nog geen zomer maakt. Eén onderzoek is immers geen onderzoek, zoals één nacht ijs nog geen Elfstedentocht betekent. Als je je in een van deze werelden begeeft, is dat meer dan bekend. Wetenschappers weten heel goed dat de resultaten van één studie eigenlijk nog niet zoveel zeggen, en ik kan me goed voorstellen dat ze in Friesland hoofdschuddend luisteren naar premature voorspellingen.

Toch wordt er in de berichtgeving rondom deze fenomenen altijd wel gedaan alsof de zomer (of eigenlijk dus: de Elfstedentocht) in aantocht is. Hoe vaak wordt een enkel wetenschappelijk onderzoek wel niet gepresenteerd als de waarheid? En hoe snel waren we ook dit jaar weer met speculeren over het waar en wanneer van schaatspret?

Terwijl wetenschappers en Rayonhoofden wel weten: er kan nog van alles gebeuren. Alleen als de vorst lang genoeg aanhoudt, het niet te hard zal waaien, het weer geen sneeuw in het eten gooit en alle andere omstandigheden optimaal zijn, kan de tocht der tochten gereden worden. Datzelfde geldt in de wetenschap. Een wetenschappelijk resultaat kan verstoord zijn door andere factoren, je kunt het simpelweg verkeerd gemeten of berekend hebben, het resultaat kan alleen gelden voor een heel specifieke doelgroep, etcetera, etcetera.

Pas als een systematisch review laat zien dat meerdere onderzoeken, onafhankelijk van elkaar, steeds maar weer laten zien dat X de oorzaak is van Y, is het waar. En pas als we inderdaad zien dat het zonder wind en sneeuw blijft vriezen, kan er geschaatst worden. Je zou kunnen zeggen dat je er als media dus goed aan zou doen om met je berichtgeving te wachten tot je het zeker (of in ieder geval: wat zekerder) weet. Roep pas dat we kunnen schaatsen, als het ijs daadwerkelijk dik genoeg is. Vertel ons pas over de verbanden tussen X en Y, als een review heeft aangetoond dat die relatie inderdaad bestaat.

Ik snap ook wel dat dat nooit zal gebeuren. De voorpret is te groot, als jij het niet roept, roept iemand anders het wel, en het zou bovendien zomaar waar kunnen zijn. Dat snap ik allemaal heus. Maar kunnen we dan in de wetenschapsjournalistiek één ding afspreken? Zullen we naast leuke en interessante onderzoekjes, ook reviews een plekje geven? Als “it giet oan” nieuws is, dan mogen wetenschappelijke reviews dat van mij ook zijn!

Posted in Wetenschapsnieuws | Leave a comment